René Pennings       

Risico's nemen met gezond verstand

Hoe overleef ik mijn klimaatdepressie?

De klimaatverandering brengt ons steeds vaker in psychische nood. Elk nieuw wetenschappelijk rapport praat ons verder het moeras in. Onze vliegvakanties, biefstukjes en smartphones zorgen steeds vaker voor een schuldgevoel over de klimaatcrisis. Er zit iets dualistisch in jou en mij, want we doen weliswaar al iets om het klimaat of milieu te ontzien, maar we weten dat het nog lang niet genoeg is. Voor zover het al niet te laat is. Maar er gloort hoop aan de opgewarmde horizon.

De klimaatredacteur van de NRC deelde een tijdje terug zijn klimaatdilemma: ‘ik word heen en weer geslingerd tussen zorg en hoop, woede en verdriet, cynisme en desillusie. Ik stel mezelf voortdurend de vraag: hoe kan het toch dat we nauwelijks handelen? Zelfs al weten we dat we nog maar een paar decennia hebben om te voorkomen dat we het klimaat voor duizenden jaren de verkeerde kant op sturen.’ 

Waarom zijn we zo passief? Waarom doen we te weinig om de klimaatverandering te stoppen? En waarom somberen we wat af over de klimaatcrisis (‘there’s no planet B’)? NRC’s Paul Luttikhuis en een groeiend legioen aan klimaatschrijvers bogen zich over deze vraag en komen met vier verklaringen. Bij iedere verklaring hoort natuurlijk een oplossingsrichting voor onze passiviteit en depressieve gevoelens. Tipje van de sluier: het is iets met humor en strenge veerkracht.  

            










Verklaring nummer I: afwachten zit in ons brein
De klimaatverandering is een zogeheten slow risk. We gedragen ons vooral als een kikker in de pan met water dat onherroepelijk gaat koken. Onze hersens zijn in dit geval nog geframed op de oertijd toen de mensen nog uit jagers en verzamelaars bestond. We maken ons vooral druk over de dreigingen van vandaag, niet die van overmorgen. Een pessimistisch klimaatrapport vergroot hoogstens even onze onzekerheid en een week later zijn we weer even passief en zelfgenoegzaam als voorheen. We mindfulnessen ons er weer even uit.
 

Het fenomeen klimaatstress is echter aan een opmars bezig. Op de basisschool kampen steeds meer scholiertjes soms met paniekaanvallen wanneer een video over smeltende gletsjers en brandend regenwoud wordt vertoond. 

II We hopen dat het nog goed komt
Diep van binnen zijn we techno-optimisten. We geloven in het vernuft van de mens om problemen te overwinnen met hoogwaardige technologische oplossingen, zoals oneindige waterstofenergie en genetische modificatie (kweekvlees bijvoorbeeld). Eigenlijk kunnen gewoon doorgaan met onze levensstijl, maar we moeten nog even wat nieuws uitvinden. Toch? Hopelijk komt het ook weer goed met Elon Musk. Een leestip hierover is “De tovenaar En De Profeet van wetenschapsjournalist Charles C. Mann. 

III We wachten tot het moet van De Overheid
Op de buurtbarbecue spraken we af dat we allemaal een regenton gingen kopen. Het kwam gewoon uit onszelf! In wezen zou de overheid zo’n maatregel gewoon verplicht moeten stellen. En één zondag in de maand mag je niet op de snelweg. Er komt een vettaks. En …

De overheid, of het nu de gemeenteraad is, de omgevingsdienst of de Tweede Kamer heeft steeds minder macht. Niet meer betuttelen, maar meer faciliteren of participeren. Dat kan soms tegenstrijdig uitpakken, zoals de falende stikstofaanpak laat zien. En met meer dan tien of meer politieke partijen is het moeilijk om slagvaardig te zijn. Dus moet je het van de overheid niet meer hebben? 

IV We doen er al iets aan. Echt waar, hoor!
Ja, een regenton plaatsen en zonnepanelen installeren is goed voor het milieu en jij draagt op die manier je steentje bij. Misschien zeg je het niet, maar diep vanbinnen heb je nu ook je morele plicht vervult, je schuldgevoel stevig verkleind. Jou valt niks te verwijten. De buurman aan de overkant is helaas een ander verhaal.
Hoe komen jij en ik, wij allen, nu echt in actie?   













Vier tips om je klimaatdepressie te bestrijden.

I. We weten wél beter. En kunnen wel degelijk rationeler denken.
Het is te makkelijk om ons afwachtende brein de schuld te geven. We moeten ons gezonde verstand activeren. Jahaa, we begrijpen dat het ernstig is, maar het klimaatprobleem gaan we blijmoedig ter harte nemen. Blijmoedig: opgeruimd van geest, opgewekt, niet neerslachtig; inz. met het denkbeeld van berusting in een hogere wil. Tegenovergestelde van defaitistisch.
 

Die blijmoedigheid zie je wanneer een influencer als Arjen Lubach een komisch en tegelijkertijd confronterend klimaatfilmpje uitzendt. Dan hebben we het er wél nog volgende week over. Het moet een kwestie worden van climate first, the rest second. Lees bijvoorbeeld Eerste Hulp bij Klimaatverandering van Anabella Meijer e.a. De cartoons in deze blog zijn afkomstig uit dit boek. 












II. We moeten de wetenschap stimuleren
De Nederlandse regering gaat een megagroot investeringsfonds lanceren. In de eerste plaats omdat ze (wij dus ook!) niet weten waar we het goedkope kapitaal het beste kunnen inzetten. Los dan van de zorg en het onderwijs… Maar in dit stukje geldt ‘climate first!’.
Als jij zou moeten kiezen tussen 5G internet inclusief antennes op alle straathoeken of bijdragen in een praktijkproef voor waterstof als energiebron, dan ga je voor … ?
Stel dat je voor ‘waterstof’ gaat, hoe kun jij hier dan in bijdragen. Nou simpel, want … 

III. Wij zijn De Overheid!
De maatschappij, dat ben jij. Zo luidt de titel van het lesboek over burgerschap in het MBO. De afgelopen jaren spraken we steeds meer over de participatiemaatschappij en burgerinitiatieven. Samen een ecologische woonwijk bouwen, de kinderboerderij of bieb overeind houden. Een initiatief kan groot worden. Een beweging uit de grond stampen is tegenwoordig niet moeilijk meer. Een nieuwe politieke partij kan uit het niets de verkiezingen domineren. Om vervolgens binnen afzienbare tijd in te zakken.
 

Een beweging of community zoals Urgenda wist zijn succes wél te verzilveren. Urgenda is de organisatie voor innovatie en duurzaamheid die Nederland al samenwerkend sneller duurzaam wil maken. Hoe ze dat doen, lees je op hun bijzonder leesbare site. Hun succes laat onverlet dat het onder de streep bizar is om je eigen regering te houden aan (internationale) afspraken. ‘Het was een rechtszaak uit liefde,’ aldus advocaat Roger Cox. Zo bekeken hebben we strengere, standvastige regeringsleiders nodig. Vrouwen en mannen die niet schromen om klimaatregels te stellen én ze gaan naleven. Het stoppen van de eigen gaswinning is een zeldzaam voorbeeld. 

Tja, regels opleggen is niet bepaald Nederlands. De mores is met elkaar in gesprek blijven en consensus zoeken. En als dat niet lukt, klagen we de ander aan? 













IV. Wij zijn veerkrachtig en [parttime] stoïcijns klimaatbevlogen
In de film Darkest Hour rijdt de zojuist tot premier benoemde Churchill voor het eerst naar de regeringsgebouwen. Hij kijkt naar de mensen op de straat en ziet een onbekommerd leven passeren. Niemand maakt zich druk, terwijl elders in Europa Hitler rücksichtlos huishoudt. Wanneer hij enkele maanden later tijdens hetzelfde ritje naar buiten kijkt, is het dagelijkse leven drastisch versombert. 

Wat Churchill waarschijnlijk niet wist, was dat Sigmund Freud toen al naar Londen was gevlucht. Zijn belangrijkste observatie van Londen in die tijd was dat naarmate de oorlogsdreiging dichterbij kwam het aantal neurotische klachten als sneeuw voor de zon verdween. Het belangrijkste in ieders leven werd simpelweg overleven. 

Een pessimist kan vandaag de dag goed onderbouwen dat we ons in een pre-apocalyptisch tijdperk leven. Een optimist koestert alle klimaatneutrale lichtpuntjes, terwijl de realist het stoïcisme heeft herontdekt en beredeneert dat zijn invloed sowieso beperkt is. Op school en in managementtrainingen leerde ik dan dat je houding voor een groot deel wordt bepaald door De Situatie. 

Onze huidige situatie rechtvaardigt niet dat we blijven doormodderen. Doormodderen is prettiger dan het klinkt, maar leidt zelden tot grote veranderingen. Zo bekeken hebben we een crisis nodig, een klimaatcrisis. Wat gebeurt er met Nederland als het vier dagen lang onafgebroken regent? Net als in Italië in november 2019. Wegen worden onbegaanbaar, riolen lopen over, de stroomvoorziening hapert en scholen en bedrijven gaan sluiten.
Maar we zouden het overleven.

Wat als er nog geen vier maanden later hetzelfde zou gebeuren? Ook dat gaan we overleven. Sterker, we weten wat ons dan te doen staat. De tijd is dan rijp om ons te bekwamen in het tonen van veerkracht. In het leren omgaan om van alles minder te kunnen doen. En misschien ook in het houden van mini-calamiteitenoefeningen (‘oké jongens, de rest van de dag hebben we geen wifi en stroom’, iets dat overigens in Noord-California de halve winter opgaat). 

Zo’n pragmatische, stoïcijnse houding is in managementland populair. Lees bijvoorbeeld het goed verkochte Handboek voor de Moderne Stoïcijn. Belangrijker nog is dat we in beweging komen. Iets doen dat onze routines overstijgt en bijdraagt aan een duurzaam en hoger doel. Klinkt misschien idealistisch en soft, maar het maakt je aantoonbaar gelukkiger, volgens Emily Esfahani Smith, een Amerikaanse psycholoog en auteur van het boek De kracht van Betekenis. 

Een zinvolle bijdrage leveren om het klimaat te ontzien mag wat tijd kosten. En doe je bij voorkeur samen. ‘Het mooie van de toekomst is dat je er niet op hoeft te wachten, ze begint elk moment,’ aldus Bert Wagendorp in de Volkskrant.  Zo bekeken is er niks mis met een regentonnetje plaatsen. Toch? 

René Pennings
Januari 2020













Literatuurlijst

  • ‘We zijn bang en toch doen we niets,’ NRC, 10 mei 2019, Paul Luttikhuis
  • ‘Eerste hulp bij klimaatverwarring, dit zijn de feiten,’ Tubantia, 1 december 2018, Frank Straver
  • ‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelofelijk diep in de shit zitten, ’ NRC, 20 juni 2019, Paul Luttikhuis
  • ‘Strijd tegen klimaatcrisis had zin toen die nog te winnen was,’ Volkskrant, 7 januari 2020, Maurits Chabot